Snotolven zwemmen een onzekere toekomst tegemoet...!

                                                                                                     Snotolf  (Cyclopterus lumpus )

De snotolf, ook wel lompvis genoemd, is een vis met een hoog, breed lichaam, dat bedekt is met een benige uitgroeisel, die in zeven rijen staan (een rij op de rug, vier over de flanken en twee aan de buik). Bij de volwassen vissen zijn de rug en de zijden grijsblauw tot grijszwart, met donkere vlekken op de flank. In de paaitijd worden de buik en de vinnen van het mannetje steenrood en wordt de rug bijna zwart. De pootvissen en de jonge vissen zijn geel tot olijfgroen met een zilveren streep op de kop. Het paaien gebeurt vlak onder de kust, op een stenige bodem en bij een temperatuur van 5-8 gr.Celsius.

De 80.000_200.000 eitjes worden in een aantal keren afgezet. Het vrouwtje gaat daarna naar dieper water, terwijl het mannetje ter plekke de wacht houdt bij de eitjes, tot ze uitkomen, wat ongeveer 2 maanden duurt. In die tijd vinden veel mannetjes de dood, in een sterke golfslag of in de maag van een vogel. De snotolf voedt zich vooral in de winter met schaaldiertjes, veelborstelige wormen en jongen van andere vissoorten. Grote volwassen dieren eten ook vis.

Snotolven brengen het grootste gedeelte van hun leven op de bodem door, ver van de kust, op 50-200 meter diepte.

Ze komen alleen naar de zandbanken om te paaien.

 

 

De volwassen vissen hechten zich met zuignap aan de bodem: worden ze opgehaald in een net, dan zit er vaak een dikke steen aan hun buik.

Op de snotolf wordt vooral gevist om de kuit, die als surro­gaat voor kaviaar wordt gebruikt...

Hij is vooral in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan, tot op 45 graden noorderbreedte; in de Oostzee tot de golf van Finland te vinden.

 

 

 

Lees hieronder het artikel van stichting 'de Anemoon':

 

Jonge snotolven trekken een onzekere toekomst tegemoet

 
Op dit moment trekken de laatste jonge Snotolfjes, die dit jaar in de Zeeuwse Delta zijn geboren, naar de Noordzee. Ze zijn op weg naar de diepere gebieden van de Noordzee en de randen van de Noordelijke Atlantische oceaan. Hier wacht een onzekere toekomst voor deze nu nog circa drie tot vijf centimeter kleine visjes. Pas over drie tot zes jaar zijn ze circa dertig centimeter groot, geslachtsrijp en zullen ze zoals hun ouders hebben gedaan jaarlijks terug zwemmen naar de ondiepere kuststreken van de Noordwest-Europese kust om zich voort te planten. Het zijn dan vooral de zwangere vrouwtjes die vroegtijdig het gevaar lopen gevangen te worden. Ze worden uitsluitend gevangen voor hun kuit om er gezouten en bewerkt met kleur- en smaakstoffen nepkaviaar van te maken. De dode vis wordt als waardeloos afval overboord gegooid.

 

Aaibare vis


Door natuurminnende sportduikers die het hele jaar door in de Oosterschelde duiken worden waarnemingen van Snotolven zeer gewaardeerd. Deze fraaie vis heeft voor hen, ondanks het feit dat hij koudbloedig is, een hoge aaibaarheidsfactor. De dieren leven grote delen van hun leven op een diepte tot circa 300 meter op de randen van de Noordzee en de Noordelijke Atlantische Oceaan. Van daaruit trekken volwassen Snotolven in de winter naar de ondiepere kuststroken om zich voort te planten. De paring wordt zelden door sportduikers waargenomen, maar de broedzorg die door het mannetje wordt verzorgd is een fraai schouwspel waar menig sportduiker de ijskoude watertemperatuur graag voor trotseert.

Jonge Snotolf in het Grevelingenmeer, 2013 (foto: Olivier Simons)
Jonge Snotolf in het Grevelingenmeer, 2013 (foto: Olivier Simons)
 

In het vroege voorjaar komen de jonge dieren uit de eitjes, waarna de ouderdieren meteen terug naar de diepe wateren van de open zee trekken. De jonge Snotolfjes, die vaak een fraaie gele kleur hebben, blijven de hele zomer en het vroege najaar in de kustzone. Ook ontmoetingen met deze jonge visjes worden zeer gewaardeerd door sportduikers en onderwaterfotografen. Momenteel trekken de jonge Snotolfjes massaal uit de Zeeuwse Delta naar dieper water in de Noordzee, waar ze de komende drie tot zes jaar zullen opgroeien. Eenmaal geslachtsrijp trekken ze op hun beurt in de winter naar de ondiepere kustzones om te paaien en hun eieren af te zetten.

 

Zwangere vrouwtjes


De Snotolf is op zich geen consumptievis, dus zou je mogen verwachten dat ze een veilig leven kunnen lijden. Maar niets is minder waar. De Snotolfvisserij op de Noordwest-Europese kust vindt plaats in de winter en het vroege voorjaar en richt zich uitsluitend op de vangst van zwangere vrouwtjes. Eenmaal gevangen worden ze opengesneden, het kuit wordt er uitgehaald en de dode vissen worden als waardeloos afval overboord gegooid. De gemiddelde opbrengst is circa één kilogram kuit per vrouwtje. Het kuit wordt na verwerking verkocht als nepkaviaar. In de Europese handel gaat het jaarlijks om meerdere miljoenen kilo’s aan Snotolf-nepkaviaar. Op de etiketten van de verpakkingen hiervan wordt overigens nooit de echte Nederlandse naam gebruikt. De naam ‘Snotdolfkuit’ klinkt nu eenmaal niet smakelijk. In plaats daarvan wordt gekozen voor bijvoorbeeld ‘Lompvis’, een verbastering van de Engelse naam Lumpfish.

 

Impact


Het is bekend dat juist het jagen of vissen op dieren tijdens hun voortplantingsseizoen een grote impact kan hebben op de hele populatie en ethisch niet verantwoord is. Bij herten is het jachtseizoen gesloten als de dieren zwanger zijn. Ook bij de kreeftenvisserij is de regel dat vrouwtjeskreeften met eitjes teruggegooid worden. Het wegvangen van met name zwangere Snotolven voor ze hun eieren leggen en zich kunnen voortplanten, is een vorm van roofbouw die een ernstige bedreiging kan vormen voor de instandhouding van de natuurlijke populatie. Aan de Canadese oostkust heeft de Snotdolfvisserij op kuit de populatie Snotolven al gedecimeerd en is deze vorm van visserij inmiddels niet meer rendabel. Op de Europese kust is deze bizarre vorm van visserij op hoogzwangere vrouwtjes echter nog wel toegestaan.

 

Vragen over kaviaar


Het KRO-televisieprogramma de Keuringsdienst van Waarde van 7 november jl. was gewijd aan kaviaar en nepkaviaar. Behalve de productie van echte kaviaar met gekweekte Steur, kwam hierin ook de vangst en handel in Snotolfkuit uitgebreid aan bod. De van oorsprong oranjeroze eitjes worden gezouten en bewerkt met kleur- en smaakstoffen, zodat ze de grijszwarte kleur van echte steurkaviaar krijgen. De uitzending is terug te zien via deze link. Naar aanleiding van deze uitzending heeft de Partij voor de Dieren kamervragen gesteld, die ook op het internet na te lezen zijn.

Jonge Snotolf op weg naar de Noordzee, Grevelingenmeer, 2013 (foto: Olivier Simons)
Jonge Snotolf op weg naar de Noordzee, Grevelingenmeer, 2013 (foto: Olivier Simons)
 

Naar aanleiding van deze uitzending, kwamen ook veel vragen binnen bij Stichting ANEMOON. Vooral onze eigen waarnemers wilden graag weten hoe het gaat met de Snotolf in de Nederlandse wateren. Voor zover bekend wordt in Nederland niet op de Snotolf gevist. Wel vissen IJslandse, Noorse, Duitse en Deense vissers op Snotolfkuit, onder andere in de Atlantische Oceaan rondom IJsland, de Noordzee en het Kattegat. De gegevens van het Monitoringproject Onderwater Oever (MOO) met sportduikers, laten in de Oosterschelde geen afname zien in het aantal waarnemingen over de periode 1994 tot en met 2012: de populatie lijkt bij ons stabiel. Uit literatuurstudies die momenteel worden uitgevoerd in het kader van een Rode Lijst voor vissen, komt eveneens geen afname in Nederland naar voren ten opzichte van 1950. De soort lijkt dus in Nederlandse wateren vooralsnog gevrijwaard van de geschetste gevaren. De reden dat hier niet gericht op Snotolven wordt gevist heeft waarschijnlijk te maken met een te lage dichtheid van deze soort in onze kustwateren om hier deze visserij rendabel te maken.

 

De Snotolf


De Snotolf is een prachtige schubloze zeevis met een bijna prehistorisch uiterlijk. De volwassen dieren zijn enigszins bolrond met dikke richels over hun lijf waar dikke knobbels op staan. De kop wordt gekenmerkt door een paar dikke lippen en grote glanzende ogen. De eerste rugvin is overgroeid door de huid, waardoor het een dikke vlezige kam is geworden. De borstvinnen zijn met elkaar vergroeid en vormen een zuignap waarmee de vissen zich bij een sterke stroming aan grote wieren of rotsen kunnen vasthouden. De soort wordt gemiddeld dertig tot vijftig centimeter groot. Als maximale leeftijd wordt ruim 13 jaar opgegeven. De Snotolf voedt zich met kleine geleedpotigen, jonge visjes en vooral ook ribkwallen. De naam “Snotolf” dankt deze vis aan de maaginhoud: een witte en snotterige massa, waarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van de gelatineuze ribkwallen die het voedsel vormen, een commensale eencellige flagellaat en een schimmel die in de maag leeft.

 

 

 

Tekst: Peter H van Bragt, Stichting ANEMOON
Foto’s: Olivier Simons

Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button