Bot

Bot (Platichthys flesus)

De bot is een algemeen voorkomende platvis in onze kustwateren. Hij komt voor in zout, brak, en in zoet water. Voor de uitvoering van het Deltaplan trokken de botten ver de rivieren op.

De bot is bij een lengte van 25 – 30 cm. geslachtsrijp en kan wel een lengte bereiken van 50 – 60 cm. en een respectabel gewicht van 14 kg. Helaas zijn dat afmetingen waar we als sportvisser alleen maar van kunnen dromen en is de gemiddelde bot die aan de hengel gevangen wordt zo'n 25 cm. groot.

 

Botten paaien in open zee op een diepte van zo'n 20 meter. Dit doen ze in de periode tussen februari en mei. Hierna komen ze weer massaal naar de kust om zich vol te vreten. Ook de jonge botjes groeien onder de kust of in de rivieren (estuaria) op.

 De bot kunnen we overal wel vangen; maar de beste tijd is toch wel in het voorjaar wanneer de botten de (opgewarmde) ondiepe platen en slikken opkomen om hun eten bij elkaar te scharrelen.

We kunnen ze al aantreffen op nog geen knie-diep water: dat betekent dat de argeloze hengelaar, in al zijn ijver, zijn onderlijn wel eens te ver ingooit.... Aan het strand zijn de botjes al te vangen op een paar meter uit de waterlijn!

Het is geen kieskeurige eter en als aas kunnen we eigenlijk wel van alles gebruiken: pieren, zagers, mesheften, stukjes vis, slikzagers en witjes. Het zijn gulzige vissen en zijn daarom vaak diep gehaakt.

 

De botten hebben een gladde huid met kleine ruwe beenknobbeltjes op de zijlijn.

 

Op een lichte hengel met bijv. een beaasde, zogenaamde botlepel, kunnen ze flinke sport geven!

 

 

Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button