Muien, zwinnen, zwinkuilen en zandbanken

 

Banken, zwinnen, muien en zwin-kuilen


Banken, zwinnen, muien en zwin-kuilen vormen de bodem van de zee voor onze Nederlandse kust. Ze zijn altijd aanwezig, maar hun plaats of hun afmeting verschilt van dag tot dag. Ze worden gevormd door de windrichting, de windsterkte en de diverse stromingen waar ze aan onderhevig zijn.

Banken


Zandbanken zijn verhogingen van zand op de zeebodem. Deze zandbanken lopen altijd evenwijdig aan de kust en zijn verschillend van grootte en van hoogte. Aan de zeezijde loopt de hoogte langzaam op. Aan de strandzijde bevindt zich meestal een schuine opstap, deze kan wel een halve meter bedragen en is gevaarlijk voor degenen die met hun waadpak aan, via het zwin naar het strand lopen. Voor u het weet ligt u languit in het water of kunt u opeens staande drinken. En met een waadpak aan dat vol water staat, is dat geen pretje! Het is zelfs gevaarlijk te noemen. ( Net zo gevaarlijk, als het in je waadpak, vanaf een boot vissen. Lekker warm zo'n pak, dat wel, maar levensgevaarlijk als u onverhoeds overboord slaat!!!)



Zwinnen


Zwinnen zijn de diepere gedeelten tussen de rijen zandbanken en ze liggen evenwijdig aan het strand. Het diepste gedeelte van een zwin is aan de strandzijde van de bank dus, bij de afstap (opstap). De diepte van het zwin wordt uiteraard bepaald door de hoogte van de waterstand in het zwin. Dit is een gevolg van het getij (eb of vloed ) en de hoeveelheid water die door de wind wordt aangevoerd. (opgestuwd wordt)

Zwin-kuilen


Zwin-kuilen, of ook wel noordwindsgaten genoemd, zijn (plotseling) diepere gedeelten in een zwin, die ontstaan door stromingen in de zwin en door een bepaalde windrichting. De grootte en diepte van zwin-kuilen verschillen sterk. Dit zijn de gevaarlijke 'gaten' waar u plotsklaps in stapt en pardoes kopje onder kunt gaan! Eigenlijk is het onmogelijk om deze kuilen te zien.

 

 

U moet feitelijk bij elke stap die u zet, met uw voet aftasten of de volgende stap wel veilig is. Op een bekend strand is dat misschien geen sinecure, maar ook daar kan, na bijvoorbeeld een storm, het strand er opeens heel anders uit zien! Dit zijn voor de wedstrijdvissers vaak wel de kuilen die leuk vis op kunnen leveren. In deze kuilen verzamelt zich het voedsel van de vis en de vis zelf ook. Vaak gebruikt men hier de feederhengel voor, die met zijn soepele top, ieder aanbeetje feilloos doorgeeft. U hoeft dus niet altijd 100 meter ver te werpen om vis te bemachtigen! Vaak is er op kniediep water al bot te vangen....letterlijk dus!

Muien


Muien zijn openingen tussen de uiteinden ( de koppen) van de zandbanken onderling. De breedte, de vorm en de diepte verschillen sterk van elkaar: van een tot tientallen meters breed. Doordat er door een mui veel water stroomt, kunnen er aan de koppen van de zandbanken en het gedeelte van de kant van het zwin, steile kanten gevormd worden. Aan de zeezijde zal een mui weer vlak weglopen. In een mui kan een zeer sterke zeewaarts gerichte stroming ontstaan die best gevaarlijk kan zijn. Je kunt die stroming heel goed voelen en je merkt ook dat je richting de zee getrokken wordt. Vaak is het moeilijk om vanwege de stroom in zo'n mui staande te blijven. Het is wel een hotspot om vis te vangen op dat moment. De vis moet immers de mui passeren om naar zee te gaan, of om in het zwin te komen.



Hoe herken je nu een mui?


Muien zie je het beste als er golven zijn. Golven hebben de eigenschap dat ze breken op de banken. Je ziet dan een witte schuimmassa. Als je goed kijkt, zie je plaatsen waar geen schuimmassa is, of waar nauwelijks golven zijn die breken. Daar is dus geen zandbank, maar een dieper gedeelte, oftewel een mui. Verder herken je een mui, doordat het water er heel raar stroomt (ruw en 'kabbelig' is)


 

Opletten


 

 

Als u dus aan het strand gaat vissen en het is opkomend water (vloed), kijk dan regelmatig achterom! Een zwin achter u, kan binnen 10 minuten volstromen en dan moet u met uw spullen door het snelstromende water waden, om weer op het begaanbare strand te komen. U zal de eerste niet zijn die zich hierin vergist. Heeft u een waadpak of lieslaarzen aan, dan gaat het nog wel, maar met bijvoorbeeld alleen een warmtepak aan wordt het toch een natte (en heel koude) bedoening! En dan moet u het geluk nog hebben dat u al uw spullen veilig op het droge krijgt! Zeker in de donkere uurtjes is het dus erg goed opletten. Probeer zo'n vissessie als het eventjes kan met minimaal 2 man te doen! Twee zien meer dan 1 en een helpende hand, in geval van nood, is nooit weg....

Powered by Spearhead Software Labs Joomla Facebook Like Button